Auteur: Stan Rams | Datum:
Kronkelend zijn
armen om het hart
slaakte hij een zucht
toen Elias hem vedreef
tot in het diepste zwart
Ik hoor hem nog brullen
“Dat God zo rein en zoet als bronne water
niet zou bestaan”
kwijnend in het zout
waarin hij was vergaan
De schelpjes en kraaltjes
op de bodem
liggen daar zo vredig
in een lijn van hand
alwaar de haaien schuwen te gaan
waar zijn oorspong brand
Zowaar straalt daar
een rein paarlen licht
dat Atlantis verlicht
opdat geen achtarmige
zich ooit zal vergrijpen
in Zijn Heilig Licht