Er is een dag,
zo eens per jaar.
Dan voel ik mij weemoedig.
Zo'n eerste lichte lentedag,
als ik zo 's avonds zonder lamp,
mijn avondmaaltje eten mag.
Ik zie nog steeds die lange tafel,
uitgetrokken tot het eind.
De grote schaal met aardappelen,
de groente en het spek,
nog sissend in de pan, liefdevol bereid.
Negen mensen zaten om die tafel,
de kleinste tussen mijn man en mij.
Allemaal hadden ze daar gezeten,
maar steeds kwam er maar weer,
een stoeltje bij.
Mijn man sprak een gebed,
Dan klonk het : “Smakelijk eten.”
De grote schaal werd leeggeschept, in een wip.
Een vinger wees gebiedend: “Terug, terug.”
Gemopper, en de grootsten keken sip.
De jongste sloeg haar vuistje op de tafel:
“Hou nou maar op, hou nou maar op! “
Dan was het even stil om ons heen.
De “baas”had dan gesproken.
Er was genoeg voor iedereen.
Maar altijd op hetzelfde uur,
keek iedereen naar buiten.
Een dikke hommel kwam dan aangevlogen,
ook op weg naar huis.
Het vogelhokje aan de muur,
Dat was zijn thuis.
Nooit hebben we die kleine “hommeltjes”gezien.
Maar ze waren er wel geweest.
We vonden later in zijn “Huis.”
Een bouwseltje met heel veel kamertjes,
meer dan bij ons thuis.
Hoe mooi was toch die tijd,
ondanks gemopper en gezeur,
Altijd was het weer een feest,
zo met elkaar aan tafel.
Op die eerste lichte lentedag.
Jammer......maar dat is geweest!
Heel mooi gedicht. Bij het lezen van de tekst verschijnen de beelden vanzelf.
Anoniem, 13-04-2014
Heb dit gedicht heel graag gelezen. Prachtig van jou, Antje. Heel beeldrijk met een nostalgie die ik houd.
Topwerk.
Wens je en je familie fijne paasdagen.
Catherine Boone
Anoniem, 19-04-2014
Een hoofdstuk uit een prachtig leven. Heel mooi, liefdevol gedicht.
Anoniem, 23-04-2014
Met tranen geschreven. Maar blij met jullie reactie.