Menu
Gedicht insturen

Het Asiel

door Simon

Langzaam loop ik langs de hokken Om te zoeken wat ik zoek. Een grote zwart gore doerak, beet mij bijna in mijn broek. De meeste beesten zijn stil en kijken je recht in je ogen. Met een blik van ik wil en zou ik misschien mogen. Er zijn veel hele vriendelijke bij en toch al eens weggedaan. Was hij soms niet fel genoeg of stond zijn baas, hem niet aan. Er komt een kerel binnenlopen, met een Doberman aan een touw. Volgens mij is hij straal bezopen, want zijn hele kop ziet blauw. Het is voor de hond te hopen, dat hij hem niet meer hebben wou. De vent heeft een verlopen kop en veel te veel neuten op. De hond moet op zijn tenen staan, door het touw om zijn nek, en heeft daardoor enig lucht gebrek. Als ik hem deze behandeling verwijt, kijkt hij mij heel dreigend aan. Dan zegt hij, dat moet want hij bijt en bemoei je er niet tegenaan, anders zal ik jou voor je kanis slaan. Opeens word ik kwaad van binnen en besluit een gevecht te beginnen. Ik ben één meter drie en tachtig en ook nog redelijk breed en bereid met hem te vechten, want ik vind die hond een scheet. Mooi licht bruin en een zwart dek, aan een touw van een halve gek. De man begint achteruit te wijken, als ik de hond beter wil bekijken. Ik probeer de man te paaien en vraag de hond te mogen aaien. Volgens mij is hij hartstikke lief, maar zijn baas een beetje agressief. Dan neem ik plots het kloeke besluit en vraag mij niet waardoor en hoe, omdat ik dingen dan gewoon doe. Ik pak een mes uit mijn broekzak en een briefje van honderd gulden. Ik geef de man een eerlijke keus, omdat ik het leed niet langer kan dulden. Jij verkoopt mij nu die valse hond en geeft mij snel dat touw, dan zijn die honderd gulden nu van jou. Het is beter dat jullie scheiden en anders zal ik het touw doorsnijden. Zo gezegd zo gedaan, de man pakt de honderd gulden aan. Ik neem het touw voorzichtig over, omdat je nooit zeker kunt weten waarom en of hij heeft gebeten. Wat dan gebeurt is niet te geloven, als zijn oude baas is weggegaan, wil hij niet meer op z’n poten staan. Ik ben ook vergeten zijn naam te vragen, en ik ga hem echt niet dragen. Hij is wel mooi van kop tot staart, en mij dus honderd gulden waard. Ja, dat is mij gisteren overkomen, maar gelukkig heb ik liggen dromen. Omdat mijn vrouw van katten houdt en ik niet met een hond hoef aan te komen. © Simon - 2014/

Bekijk ook gedichten over: Dierenliefde Hond Lange gedichten Vertrouwen Vriendschap

4

Gerelateerde gedichten

Reacties (3)

Een mooie droom met heel wezenlijke aanduidingen en waarschuwingen.
Graag meer gedichten van dien aard uit jouw pen, Simon!

Anoniem, 25-02-2014

Prachtige woorden. En met Han helemaal eens Simon dus... we wachten wat jou gedachten ons gaat geven.
Liefs Tine

Anoniem, 17-03-2014

Ohh wat is dit een leuk gedicht zeg..graag gelezen!

Anoniem, 25-05-2015

Log in of maak een account om te reageren.