Menu
Gedicht insturen

Sprookje - De zes Zwanen

door Wieteke van Dort

Een koning had zes zonen En een lieve dochter klein, Maar toen de vorst hertrouwde Mocht dit zo niet langer zijn. Zijn nieuwe vrouw, Jaloers en ijdel zou de kinderen haten. De koning borg ze in een slot, Moest hen daar achterlaten. De koningin ontdekte dit En was belust op wraak. Zij toverde de broers tot zwanen, Het meisje kreeg een taak: “Zes hemden moet jij breien, Om je broertjes terug te krijgen, Van bosasters inplaats van wol, Gehuld in een stilzwijgen.” Het meisje kwijt zich van haar taak, In al haar eenzaamheid. Zij lacht niet en ze spreekt geen woord, Uit liefde toegewijd...

Bekijk ook gedichten over: Efteling Sprookje Zwanen

3

Gerelateerde gedichten

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit gedicht.

Log in of maak een account om te reageren.