Mijn Vader
door Antje.
Mijn vader kauwde pruimtabak,
krullerige sliertjes in een pak.
Soms als hij last had van het sap.
En er geen kwispedoor voorhanden was,
dan spuugde hij het in de stromatras.
Tot walging van mijn moeder.
Hij had geen zin uit bed te gaan.
En legde zijn pruim dan op de beddenplank.
Dat maakte mooie bruine kringen.
O jee, o jee, geen reden om te zingen.
De kwispedoor stond op de kachelplaat,
hij zat een eindje verderop.
En hij vond het wel een mooie sport,
precies erin te spugen.
Maar meestal missend,
verdween de kwartel sissend.
Het leidde tot heel veel gekijf,
mijn moeder schold hem steevast stijf.
Het hielp niet, want hij deed het toch.
En bromde wat, ik weet het nog:
“Hou jij je mond maar, wijf.”
Ik was een kind, ik keek ernaar.
Ze bleven toch wel bij elkaar.
Zijn samen ook nog oud geworden.
Mijn moeder nam het maar voor lief.
Wat moest ze anders.
Ze had geen alternatief.
Antje.
Reacties (2)
super geschreven Antje
mooi verhaaltje in de stijl van limerick!
heb goed gelachen
Anoniem, 24-07-2016
Wat een heerlijk gedicht over uw ouders.. graag gelezen! Liefs Marjanekke
Anoniem, 25-07-2016
Log in of maak een account om te reageren.