Menu
Gedicht insturen

Grutjesgeluk

door Hans Winter

vogels kwetteren lente fel, leven verhevigd over ons snelle forenzen heen, hebben in samenspraak een boom opgezet, denken er evenzo mooi in hun nopjes genesteld gezellig te wonen, maar wanneer de kleinen hun plekje komen bevolken, nemen die daar echter geen genoeglijke boodschap aan, het paar moet zwaar in de weer voor de grote bekkentrek, levert van dag tot dag dat slagje vrachten bakerpraatse zaadjes, dan nog schetteren zij des te meer, ‘t is immer te min, scharminkelen onverzadigd schamel, naar hun bovenstebeste vermogen schel naar het vertederd al wat er te vinden bleek gevend grootjesstel gebogen hoogst bekoord ten top volop de oren van de kop. - pinksteren... feest der geestdrift. moge je in je buitenburen daarvan naar hun natuur getuigen vinden. -
4

Reacties (1)

Wat een bijzonder en móói gedicht! Graag gelezen! Groetjes Marian

Anoniem, 24-08-2015

Log in of maak een account om te reageren.