Menu
Gedicht insturen

Pinkstermis

door Hans Winter

pinkstermis het leven staat in het teken van pinksterzin. uitgelopen vinden bomen de prilste tinten. ontloken knoppen oogsten in topvorm met stip onze blijde blik op weidse velden, trillend licht op de wind. linten langs de weg zijn ons tot doortocht beschoren, open gekomen hoger rijzend honing reiken in een vlinderende zin. tussen rotsgrond en grotjes tonen tuinen paradijsjes, ten dele één der vrije vogels, gruizig op hun perkentrek, die kleiner hofjes, vol lof om te loven zij aan zij bewoond. kerkelijke paleisjes, met vurig gebrandschilderde ramen aan kijkers kant, beieren banen, brengen banden aan. velen voelen zich geroepen, verzetten de bakens, buiten de muren met de bekende stemmige praatjes voor de buren, met wat huisraad, elk zit graag de lente fris op de huid. met name de kinderen, eens onze vader ter wille tot voorgangers voorbeeld benoemd, ach hoe zouden wij zijn als zij, ontheven van jas en plas, toveren speels meebewogen schik ons op ‘t aangezicht. wie maalt er dan om je talen? wie zal je ben je mal mogen verstaan? wie weet er zich vergeten wijzer onbevangen dol op dwaas geraas? het is er ten minste haast niet toch te geloven dat je leeg nog als die ene gebleven stoel je daarin zo is ‘t goed kan voelen alsof het moet zijn bedoeld.
1

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit gedicht.

Log in of maak een account om te reageren.